Dagelijks leven: voeding, kleding en woning

 

HET DAGELIJKS BROOD: SCHAARSTE VERSUS OVERVLOED


Vóór de invoering van de aardappel (18de eeuw) was zwart roggebrood het 'dagelijks brood' in tegenstelling tot het witte tarwebrood of 'herenbrood'.

'Toespijs' bij het brood was de potagie*van inheemse groenten en soms wat gezouten vlees, of vis tijdens de vastendagen. Men dronk bier of landwijn. De begoeden (hof, adel, later burgerij) etaleerden hun welstand door overvloed aan tafel. Vraatzucht was de zonde van de rijken. Zij pronkten met het voorzetten van verschillende, in meerdere gangen opgediende gerechten, waaronder wild en gevogelte, op smaak gebracht met dure specerijen. Tafelen werd vanaf de 13de eeuw een sociaal ritueel.



DE KLEREN MAKEN DE MAN EN DE VROUW


Ook de kleding weerspiegelde iemands stand. Zij was als een uniform. Elke sociale groep was herkenbaar aan haar kleding: de monnik aan zijn pij, de ridder aan zijn sporen, de boer aan zijn kiel, de geletterde aan zijn toga... Kleding en kleuren brandmerkten oneerbare beroepen en marginalen. Zo  werden dames van lichte zeden en joden verplicht om geel (vals goud) te

dragen. Zich kleden boven zijn stand, m.a.w. zich anders voordoen dan men was, was een zonde van eerzucht.


Kleding was tot voor kort erg kostbaar. Mensen erfden kledingstukken. Oudekleerkopers kwamen overal voor. De begoeden pronkten met veel kostbaar gekleurd laken en met dure kapsels, hoeden en (hand-)schoenen (zie ook cursus). Weeldewetten probeerden keer op keer, overigens zonder veel succes, de kledij-uitspattingen van nieuwe rijken in te tomen. Modes volgden elkaar op. Bont geraakte uit de mode toen de burgerij vanaf de 14de eeuw linnen ondergoed ging dragen.


HOUT VERSUS STEEN: HUTTEN VERSUS KASTELEN


De woning toonde eveneens de maatschappelijke ongelijkheid. Een boerenhuis,

opgetrokken uit hout of leem met slechts de fundering in steen uit de streek, bestond meestal maar uit één ruimte met een rookgat in het dak van stro of riet. Ook stadswoningen waren meestal van hout en dus zeer brandbaar.


In die wereld van houtbouw was steen weggelegd voor het huis van God en de heer. Abdijen en kerken waren de eerste stenen gebouwen in de Middeleeuwen.

Burchten en kastelen volgden. Het kasteel bood veiligheid, macht en aanzien ten koste van wooncomfort. Dat was ook het geval in de stenen van de rijke burgers in de stad, maar mettertijd maakten meubels en wandtapijten het wonen er aangenamer.

Zie ook volgende links:


http://www.schooltv.nl/beeldbank/

Zoek in deze beeldbank naar filmpjes over het dagelijks leven in de middeleeuwen.